Brief aan Koen. Intensiteit zonder uitputting

Brief

Beschouwingen over leiderschap als een existentiële zoektocht en veerkracht als een fundament. Het idee dat leiders aan de top minder slaap nodig hebben is een hardnekkige en gevaarlijke mythe.

Brief aan Koen. Intensiteit zonder uitputting

Dag Koen

Toen ik je woorden las over die zolderkamer van Antwerp Management School in 2010, voelde ik opnieuw iets van dat vroege gesprek tussen ons: twee mensen die probeerden te begrijpen waarom leiderschap voor hen nooit alleen een vak is geweest, maar ook een existentiële zoektocht.

De voorbije maanden wordt mijn veerkracht stevig getest. Door een aantal veranderingen en rouwprocessen in mijn persoonlijke leven voel ik hoe mijn reserves dunner worden. Dat laat zich ook lichamelijk voelen. Een medische oorzaak is er niet. Het zijn signalen van mijn lichaam dat aangeeft dat het genoeg is geweest.

Dat confronteert mij met iets wat we rationeel allemaal weten, maar in de praktijk vaak vergeten: veerkracht ontstaat niet op het moment dat we haar nodig hebben. Ze groeit uit dagelijkse zorg voor lichaam en geest. Zorg voor voeding, rust en slaap is geen randvoorwaarde voor leiderschap, maar een fundament.

En toch merk ik dat ik, ondanks dat inzicht, telkens weer in dezelfde valkuil stap. In mijn hoofd kan ik complexiteit en patronen blijven overzien, waardoor het cognitief licht blijft, maar ik de zwaarte van wat er gebeurt voor de rest van mezelf vaak onderschat.

Het blijft moeilijk om mezelf te begrenzen. Op mijn negentiende kreeg ik kanker, met een opvolgingstraject van tien jaar. Het is een zegen en een vloek geweest. De ervaring heeft mij al vroeg geleerd mijn eigen weg te gaan, dichter bij mijn hart en minder geleid door conventies.

Maar er zit ook een andere kant aan dat verhaal. Al meer dan vijfentwintig jaar leef ik met het gevoel dat mijn tijd in zekere zin geleend is. Dat besef heeft mij vaak vooruitgeduwd, maar het creëert ook een subtiele druk: de angst om er niet alles uit te halen.

In dat opzicht blijft je citaat van Francis Weller bij mij hangen: “Those who didn’t fight death in adolescence are destined to live in a walking death… eating life wherever we go.” Die uitspraak verwart mij. Ik heb de dood net wél vroeg in de ogen gekeken. En misschien is het precies daardoor dat er een honger, een gulzigheid naar het leven is ontstaan: een verlangen om te leren, te ontdekken, om te voelen dat er nog iets niet af is.
Daarin schuilt voor mij een paradox. Want precies in dat voortdurende leren, in dat verlangen naar het nieuwe en naar onontgonnen terrein, kan ook een vorm van snelheid ontstaan die het leven net wel weer consumeert. Niet uit leegte, maar uit verlangen naar intensiteit. Alsof het leven zo snel mogelijk geleefd moet worden. Ik moet bekennen dat mijn eigen honger daar soms toe leidt.
 
Het helpt mij om daarbij een onderscheid te maken tussen twee vormen van gulzigheid, een onderscheid dat mijn vriendin mij recent hielp doorleven. Er is een gulzigheid die probeert te verzamelen. Niet zozeer in wat je doet: reizen, ervaringen opdoen, nieuwe projecten starten, etc. maar in de houding ertegenover. Alsof intensiteit kan worden opgebouwd door meer te doen, meer te beleven, meer te verzamelen. Dat is de gulzigheid die gemakkelijk in overdaad omslaat. Ze probeert het leven vast te houden, te bezitten. Maar precies die overdaad verdooft de intensiteit, de scherpte waarnaar ik net op zoek ben.
Daarnaast bestaat er ook een andere vorm van gulzigheid: een gulzigheid naar transcendentie. Het verlangen om te leren, te ontdekken, om te voelen dat er nog iets open ligt. Het transcendente kan je alleen ontmoeten, nooit verzamelen. Deze gulzigheid ontstaat uit verwondering en openheid, uit de resonantie met iets dat groter is dan jezelf, en brengt daardoor eerder nederigheid en rust.
De echte spanning lijkt te ontstaan wanneer de snelheid van de eerste de diepte van de tweede verstoort. Wanneer het verlangen om het leven te begrijpen en te verdiepen wordt meegesleurd in een tempo waarbij het leven opnieuw iets wordt om te consumeren.
Misschien raakt dit ook aan wat jij schrijft over onze beschaving die blijft hangen op de berg van de krijgers. De krijger is degene die blijft doorgaan, vooruit wil, doelen stelt en obstakels overwint. Maar in die logica schuilt ook het risico dat het leven iets wordt dat veroverd moet worden: dat we het proberen te maximaliseren, te intensifiëren, te verzamelen. Dat we het leven ons willen toe-eigenen.
De uitdaging voor mij ligt dus niet in het onderdrukken van die honger naar leven, maar in het vinden van een vorm waarin ze niet omslaat in overdaad. Een vorm waarin intensiteit kan bestaan zonder dat ze zichzelf uitput.
 
Misschien is dat ook wat mijn lichaam mij nu opnieuw probeert te leren.
 
Dat betekent concreet aandacht geven aan dingen die eenvoudig lijken maar essentieel zijn: eten (Baumeister, & Tierney, 2012; Portzky, 2015), rust, slaap. Slaap blijkt voor mij het krachtigste herstelmechanisme te zijn. Negen uur per nacht blijkt geen overbodige luxe te zijn.
 

Het idee dat leiders aan de top minder slaap nodig hebben, is een hardnekkige maar gevaarlijke mythe. Gebrek aan slaap vermindert niet alleen onze focus en creativiteit, maar ook ons vermogen om subtiele signalen bij anderen op te merken. We worden sneller geïrriteerd, minder empathisch, minder afgestemd (Svetieva, Ruderman & Clerkin, 2021). Het verklaart misschien waarom medewerkers minder geëngageerd zijn op dagen dat hun leidinggevende slecht geslapen heeft (Van Dam & Van der Helm, 2016).

 
 

Wanneer ik naar mijn eigen pad kijk, begin ik te begrijpen dat er zich waarschijnlijk een andere fase aandient. Er waren jaren waarin strijden nodig was. Jaren waarin bouwen centraal stond. Nu gaat het minder over veroveren en meer over luisteren wat het leven van mij vraagt. Of zoals jij het beschrijft: “Op de weg naar beneden leg je je maskers af. Je komt tot rust, ontwikkelt je eigen wijsheid en kunt zien wat je de wereld te bieden hebt.”

 
 

Niet minder leven, maar een andere manier van leven.

Niet het leven consumeren, maar het leren bewonen.

 
 

Dank je voor je brief, Koen. Hij heeft me zoals steeds doen nadenken over leiderschap, maar nog meer over het leven dat daaronder ligt..

 
 

Daar begint uiteindelijk leiderschap.

Hartelijks,

Jesse

Referenties
– 
Baumeister, R. F., & Tierney, J. (2012). Willpower: Rediscovering our greatest strength. Penguin, p. 291.
– van Dam, N., & van der Helm, E. (2016). There is a proven link between effective leadership and getting enough sleephttps://hbr.org/2016/02/theres-a-proven-link-between-effective-leadership-and-getting-enough-sleep
 Portzky, M. (2015). Veerkracht: Onze natuurlijke weerstand tegen een leven vol stress. Witsand, p. 236.
 Svetieva, E., Ruderman, M., & Clerkin, C. (2021). How sleep can make you a stronger leader. https://www.ccl.org/articles/leading-effectively-articles/sleep-can-make-stronger-leader/#.WInInFAlgks.twitter

Jesse Segers en Koen Marichal schrijven elkaar sinds september 2022 maandelijks een brief die gepubliceerd wordt in het Tijdschrift voor Coaching. De vorige brief van Koen vind je hier.

Heb je een vraag bij het open aanbod, of wil je in gesprek gaan over ontwikkeling op maat

Deel deze post

Gelijkaardige berichten

Brief aan Jesse. Sometimes it snows in April

Soms gaan dingen plots verloren en daarom is het juist zo belangrijk om dagdagelijks zorg te dragen voor wat echt belangrijk is. Een brief over morele moed, opstandigheid en bewust omgaan met verlies.

Brief aan Jesse. Leiderschap voorbij de berg van de krijgers.

Een persoonlijke reflectie over levenspijn, rouw en leiderschap aan de hand van het beeld van de vier levensbergen. Deze brief verkent hoe verlies, volwassen ontwikkeling en menselijke groei de kern vormen van authentiek leiderschap — en waarom dalen even belangrijk is als stijgen.

Brief aan Koen. Over rouwarbeid in organisaties

Een reflectie over de vaak onzichtbare rouw die mensen meedragen in organisaties. Deze brief verkent chronisch verlies, rouwtaken en zorgzaam leiderschap, en toont hoe aanwezig blijven bij pijn en onzekerheid een essentieel onderdeel is van menselijk en gedeeld leiderschap.